donderdag 20 september 2007
Aan Ann De Maesschalck,
Beslissingen Vlaamse Regering van 7 en 14 september 2007
Besluiten met regelgevende weerslag vindt U eerstdaags
op Juriwel, na coördinatie, d.w.z. de wijzigingen worden verwerkt in de
oorspronkelijke teksten, indien ze definitief goedgekeurd
werden, na advies van de Raad van State. Principieel goedgekeurde
besluiten daarentegen moeten nog een adviestraject afleggen met mogelijke
tekstwijzigingen tot gevolg.
Meer info over het besluitvormingsproces, zie:
www.juriwel.be/info.
07/07/09: Vlaamse
Gebarentaal: oprichting adviescommissie –
erkenning
Kennis- en coördinatiecentrum – subsidiëring projecten
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 5 mei 2006 houdende de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal
Goedkeuring na advies van de Raad van state
Het
besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 beoogt in essentie
uitvoering te geven aan drie onderdelen van het decreet van 5 mei 2006 houdende
de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal, hierna het decreet genoemd. Die
onderdelen betreffen de adviescommissie voor de Vlaamse Gebarentaal (artikelen 3
tot 5 van het decreet), de erkenning en de subsidiëring van een
privaatrechtelijke vereniging die optreedt als kennis- en coördinatiecentrum
inzake de Vlaamse Gebarentaal (artikel 6 van het decreet), en de subsidiëring
van projecten die bijdragen tot de maatschappelijke erkenning van de Vlaamse
Gebarentaal (artikel 7 van het decreet).
> zie
Algemene Bepalingen > Vlaamse Gebarentaal > Decreet en
besluit
07/07/09: Vipa: alternatieve
investeringswaarborg
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, en het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor rusthuizen, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.
Goedkeuring na advies van de Raad van State
Het
Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) verleent
ondermeer alternatieve investeringssubsidies en alternatieve
investeringswaarborgen aan bepaalde initiatiefnemers uit de welzijns- en de
gezondheidssectoren voor het oprichten, het aankopen met verbouwen, het
uitbreiden, het verbouwen van gebouwen en de aankoop van meubilair, uitrusting
en/of apparatuur.
De
alternatieve waarborgregeling wordt voorzien in het besluit van de Vlaamse
Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve
investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor
Persoonsgebonden Aangelegenheden en in het besluit van de Vlaamse Regering van 9
februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor rusthuizen,
verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden
Aangelegenheden, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1
september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt
door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden
Aangelegenheden.
Volgens bovenvermelde besluiten zijn er verschillende voorwaarden verbonden aan het verkrijgen van een waarborg. Eén van deze voorwaarden is dat de waarborg slechts verleenbaar is indien de financier akkoord gaat met een pari passu regeling tussen het Fonds en de financier. Om de pari passu overeenkomst (hierna PPO) mogelijk te maken zijn er een aantal wijzigingen aan de bovenvermelde besluiten noodzakelijk. De pari passu regeling bestaat erin dat het Fonds en de financier "op gelijke voet" worden behandeld bij verkoop van onroerende goederen die betrekking op het project, waarop een hypotheek werd ingeschreven door het Fonds en de financier.
> zie Toelichting bij de wijziging van 7/09/07 -(PDF 29kB : download)
> zie regelgeving vipa > Alternatieve investeringssubsidies en -waarborgen
14/09/07: Aanpassing regelgeving thuiszorg:
Personenalarmtoestel
Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging (= vervanging artikel 7,§2, eerste lid) van de bijlage II en III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg
Uit de lopende projecten blijkt dat er nood bestaat aan uitbreiding en differentiatie van het bestaande klassieke personenalarmtoestel , dat wordt gebruikt om mogelijk zorgbehoevende ouderen een tijdje alleen te laten zonder dat dit noemenswaardige risico's inhoudt.
Ouderen kunnen met een personenalarmtoestel vanuit elke ruimte in hun woning een noodoproep uitzenden. Met een druk op de knop zenden ze een signaal uit. De nieuwe toestellen met bewegingsdetectie, rook/branddetectie en CO-detectie kunnen ook automatisch signaal uitzenden. Hierop wordt een centrale opgeroepen die in een bepaalde volgorde automatisch contact zoekt met een aantal hulpverleners (familie, buren, vrienden, huisarts, civiele diensten,…) tot er reactie komt. De centrale is 24 uur op 24 uur bemand.
Daarbij moet vooral aandacht worden besteed aan het verhogen van de veiligheid en het veiligheidsgevoel van zowel de gebruiker als de mantelzorger.
De Vlaamse Regering wijzigt daarom het subsidiebesluit van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg.
De algemene principes betreffende het subsidiebedrag per toestel, het subsidiëringsregime en de procedure blijven behouden.
Voor de beide laatste aspecten wordt voor het begrotingsjaar 2007 wel een afwijking voorzien. De initiatiefnemers kunnen in 2007 het gehele contingent aan toestellen in één beweging kopen. Daar is bijna 3,75 miljoen euro voor voorzien. Voordien konden erkende dienstencentra maximaal 15 aangekochte toestellen gesubsidieerd krijgen. Dit wordt nu opgetrokken tot maximaal 60. Nieuw aan de toestellen is dat ze niet enkel gebruikt kunnen worden bij valincidenten, maar ook rook, brand en CO detecteren. Minister Vanackere wil hiermee bijdragen aan het verhogen van de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de gebruiker en zijn mantelzorger. Minister Vanackere trekt dit jaar extra middelen uit om de kwaliteit van de zorgverlening aan gebruikers van personenalarmsystemen te evalueren zodat in de toekomst een nog betere zorg kan worden voorzien.
> zie regelgeving thuiszorg > Basisregelgeving > Thuiszorgbesluit van 18/12/1998 (bijlage 2 en 3)
B.S. 14/09/07: Decreet van 29 juni 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007
Artikel 27 van het decreet van 29 juni 2007 wijzigt
artikel 14 (schrapping van de woorden "van de financiële instellingen") van het
Decreet
van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor
Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met
rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994
inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
(B.S.24.VIII.2006),
Artikel 14 begint met de bepaling dat het VIPA wordt
gemachtigd om een reservefonds aan te leggen op het niveau van het agentschap.
Dan volgt een opsomming van de situaties waarvoor de middelen van het
reservefonds mogen worden aangewend.
Vervolgens wordt beschreven hoe het
reservefonds wordt gestijfd. Daarbij is er in punt sprake van de bijdrage van de
financiële instellingen. Het zijn echter niet de financiële instellingen maar de
verzorgingsinstellingen die een bijdrage doen aan het reservefonds.
Als deze
woorden niet geschrapt worden, zou dat juridisch misbruikt kunnen worden om
uitbetalingen vanuit het waarborgfonds aan te vechten.
> zie regelgeving
vipa (Vlaams Infrastructuurfonds)
B.S. 7/09/07: Subsidies
werkdrukverlichting openbare besturen
" Overwegende dat het Vlaams akkoord voor de non-profit/social profit van 6 juni 2005 een maatregel ter bevordering van de werkdrukverlichting omvatte, de vzw-voorzieningen hiervoor reeds de nodige subsidies verkregen maar dat pas in 2007 afspraken werden gemaakt omtrent budgetten voor de openbare besturen, dat de openbare besturen nu dringend aanspraak moeten kunnen maken op die subsidie, met ingang van 2006, en dat een wijziging van het besluit onverwijld nodig is"
Het
betreft het Ministerieel besluit van 26 juli 2007 tot wijziging van
- het ministerieel
besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden inzake subsidiëring van
initiatieven voor buitenschoolse opvang,
- het ministerieel
besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en
de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiëring van buitenschoolse
opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven,
- het ministerieel
besluit van 22 september 2006 betreffende de bepaling van de forfaitaire
subsidiebedragen voor het aanbod van buurt- en nabijheidsdiensten die vastgelegd
zijn door de raad van bestuur van Kind en Gezin op basis van het experimentele
kader dat goedgekeurd is door de raad van bestuur van Kind en Gezin op 26 mei
2004,
- het ministerieel
besluit van 9 mei 2007 houdende de voorwaarden tot toestemming en een
bijbehorende financiële ondersteuning voor het realiseren van een verruimd
aanbod in de vorm van flexibele en/of occasionele opvang in kinderdagverblijven
en initiatieven voor buitenschoolse opvang die door Kind en Gezin worden erkend
,
- het ministerieel
besluit van 16 mei 2007 betreffende de bepaling van de forfaitaire
subsidiebedragen voor het basisaanbod van kinderdagverblijven en diensten voor
onthaalouders
B.S. 6/09/2007: Centra voor kortverblijf opgenomen in residentiële zorg
Decreet van 13 juli 2007 houdende wijziging van de
decreten inzake voorzieningen voor bejaarden, gecoördineerd op 18 december 1991
en houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1998 houdende erkenning en
subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de
thuiszorg
> inwerkingtreding te bepalen
door de Vlaamse Regering
De centra voor kortverblijf worden
ingeschakeld in de gecoördineerde decreten inzake de residentiële zorg. Dat
creëert een aantal extra mogelijkheden. De normen voor het inrichten van een
centrum voor kortverblijf worden aangepast. Rusthuizen met minder dan veertig
woongelegenheden moeten minstens één plaats voor kortverblijf aanbieden en
hoogstens drie. Rusthuizen met meer dan veertig woongelegenheden mogen maximaal
tien woongelegenheden kortverblijf tellen.
Op deze wijze zullen meer mensen
in Vlaanderen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot kortverblijf.
>
Ouderenzorg
> Basisregelgeving > Toekomstig recht
> Thuiszorg
> Basisregelgeving > Toekomstig recht
Zie ook overzichten van gepubliceerde regelgeving in:
Als u wilt dat we uw naam van onze verzendlijst verwijderen, klikt u hier.
Vragen of opmerkingen? Wil u een website in de kijker plaatsen ?